Nederland telt honderden oude stortplaatsen. Heien is er verboden, bouwen lijkt dus uitgesloten. Toch kan het, bewijzen twee bedrijven in Leeuwarden. Ze willen het land in met hun methode, zo schreef de Leeuwarder Courant afgelopen zaterdag over het Energie Kenniscentrum. Lees hier het artikel van Irene Overduin.

Winnend alternatief

De facilitair manager van het Energie Kenniscentrum op de Leeuwarder afvalbult Schenkenschans heeft straks misschien wel de leukste baan van iedereen. Hij of zij krijgt de unieke taak om het pand waterpas te houden. Stabiliteit is 10 meter en 82 centimeter boven NAP geen uitgemaakte zaak. De ingepakte bult gist, borrelt, wringt en klinkt in. De schapen die er grazen maakt een verzakkinkje hier en daar niks uit. Tien tot twintig centimeter hebben ze sinds het begin van de eeuw al ongemerkt meegemaakt. Maar wie deze pudding te gelde wil maken als bouwterrein, heeft een winnend alternatief voor heipalen nodig.

Kern is simpel

Dat was de opdracht die Koninklijke Oosterhof Holman uit Grijpskerk zichzelf in 2007 gaf. Het bedrijf was toen al twintig jaar eigenaar van de grond onder Schenkenschans. Drie mannen gingen ermee aan de slag. Ronald Silvius namens Oosterhof Holman, technisch expert Arnold Kleinjan van ingenieursadviesburea Sweco (voorheen Grontmij) en Erik Groenendal van Ohpen Ingenieurs. En het lukte. Het nieuwe hoofdkwartier van de Energiecampus Leeuwarden komt te rusten op hun oplossing. Die is in de kern simpel. Het gebouw is nastelbaar gemaakt. Het staat op 108 pootjes die rusten op betonnen platen. Met behulp van vijzels zijn de poten handmatig verstelbaar. Dat mag de facilitair manager straks doen. ,,Misschien met een app, maar zover is het nog niet’’, zegt Kleinjan. Geen nieuwe techniek, wel een nieuwe toepassing. Je zou het de eerste innovatie van de Energiecampus kunnen noemen. Binnen maken boutverbindingen het gebouw scharnierbaar. Dat is door slimme materiaalkeuzes bovendien laag in gewicht gehouden. Qua kosten werd het duurder dan normaal. ,,Normaal zit je op ongeveer 1100 euro per vierkante meter, nu op ongeveer 1500 euro.’’

Gedrag bult

De grootste opgave voor Kleinjan was om een model te ontwerpen dat het gedrag van de bult kan voorspellen. ,,Normaal check je de ondergrond door te sonderen. Maar in een afvalbult mogen we niet prikken, die moet gesloten blijven.’’ Intuïtie was ook geen raadgever. ,,Bij grond hebben we een redelijk gevoel. Zo’n stortplaats lijkt misschien op grond, maar dat is het natuurlijk niet.’’ Kleinjan viel terug op satellietmetingen, op resultaten van proefbelastingen en op meetgegevens van een vergelijkbare stortplaats in Breda. Die leverden genoeg input op om te kunnen rekenen aan een nastelconstructie die 30 centimeter verzakking kan opvangen. ,,In de praktijk is 10 centimeter genoeg, denk ik.’’ Daarmee waren ze er nog niet. Bouwen op een afvalbult is zo ongewoon, dat het administratieve traject ook uitgevonden moest worden. ,,Bestuurlijk, vergunnings- en verzekeringstechnisch, notarieel en juridisch’’, somt Silvius op. ,,De eigendomssituatie bij dit soort locaties is vaak bijzonder. Hier hebben we te maken met de ondergrond die van Oosterhof Holman is, de afvalberg en de afdeklaag zijn in erfpacht bij de provincie Fryslân; de laag daarboven is in ondererfpacht bij de Energiecampus Leeuwarden en die daarboven in onderondererfpacht bij het Energie Kenniscentrum.’ Een taai traject, maar de moeite waard. ,,Het mooie is, dat je begint met een probleem en het stap voor stap oplost.’’

Blauwdruk

De uitkomst is behalve een stabiel gebouw dat op 4 september opent, ook een blauwdruk voor het bebouwen van andere stortplaatsen. ,,In een land met ruimtegebrek is dat natuurlijk commercieel interessant. We hebben nu een goede referentie. We kunnen het kunstje elders herhalen.’’